De grote omvolking

Een uitgebreide uiteenzetting over de fusie Beveren - Kruibeke - Zwijndrecht

Het verhaal van de fusie Beveren – Kruibeke – Zwijndrecht B-K-Z (2024)

 

Een lang kortverhaal

Op woensdag 17 april 2024 heeft het Vlaams parlement de fusie van B-K-Z (naast 12 andere fusies in Vlaanderen) goedgekeurd. (https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=2044585)

Het Vlaams Belang en Groen hebben tegengestemd. 1 CD&V -er heeft zich onthouden.

Deze grootschalige fusie-operatie kadert in het Regeerakkoord 2019-2024  en wil gemeenten stimuleren tot vrijwillige samenvoeging . Een belangrijke stimulans hierbij is de overname van een deel van de schuld tot max. 50 miljoen Euro.

Voor de nieuwe fusiegemeente komt dit neer op een schuldverlichting van ongeveer 50 miljoen euro (500 euro per inwoner), evenveel als de stad Antwerpen die dit bedrag krijgt omwille van de fusie met Borsbeek (11.000 inwoners). Over zin en proportionaliteit gesproken.

Het Vlaams parlement heeft zich tijdens de bespreking van het decreet ter samenvoeging (in één beurt behandeld voor de 13 fusies) vrij terughoudend opgesteld, van mening zijnde dat de gemeentelijke autonomie moest gerespecteerd worden. Een delegatie van de actiegroep “Hart voor Zwijndrecht” werd wel gehoord in een hoorzitting van de bevoegde Commissie Binnenlandse zaken van het Vlaams parlement, in het vooruitzicht van de formele parlementaire bespreking  van het fusiedecreet. (https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=2052982)

 

Anders heeft de strijd zich op lokaal vlak afgespeeld

Men kan hier spreken van een grote “omvolking’, waarbij 40.000 mensen (de nieuwe deelgemeenten) bij een bestaande fusiegemeente van ongeveer 50.000 mensen worden gevoegd. Van een “Anschluss” gesproken: dat is een administratieve volksverhuizing! 40.000 mensen komen van vandaag op morgen in een nieuwe politiek administratieve structuur terecht en worden erdoor verzwolgen. Niet dat het hier om een minderheid gaat (zoals men dat in Beveren pleegt te zien).  Van een vrijwillige fusie, op basis van gelijkwaardigheid is hier geenszins sprake. Door de bevolking van de twee nieuwe deelgemeenten is dit fusieproces ervaren als een “top-down” gebeuren.

Veel fusieleed wordt geleden in Zwijndrecht. Een actiegroep tegen de fusie “ Een hart voor Zwijndrecht” werd opgericht en heeft een betekenisvolle aanhang gemobiliseerd. 

Een klacht wegens een onregelmatige procedure bij de Raad van State, heeft he echter niet gehaald. Wel is aangetoond dat er in Zwijndrecht een kritische massa leeft van actieve burgers, wat sociologisch, in een voorstedelijk gebied niet verwacht wordt. Er leeft daar dus heel wat sociaal potentieel! Ook kwam een coalitie veerkrachtige buurten 2024-2040 tot stand (24/1/2024).

Putnam, een Amerikaans socioloog, zou hier met enige na-ijver ten aanzien van Europa, gewagen van een groot sociaal kapitaal, de teloorgang van de Amerikaanse lokale gemeenschappen onder ogen ziend.

De PFOS problematiek en de opgedrongen fusie heeft in Zwijndrecht duidelijk geleid tot een grote sociale activering.

De gemeente beweert voldoende bestuurskracht te hebben om op eigen krachten (met een bevolking van 20.000 mensen) zelfstandig te besturen.

Bestuurskracht is natuurlijk een moeilijk objectiveerbaar criterium, dat nogal arbitrair kan ingevuld worden. Er zijn nu nieuwe fusiegemeenten die nauwelijks evenveel inwoners tellen dan het voormalige  oude Zwijndrecht. Die hebben dan blijkbaar wel voldoende bestuurscapaciteit gewonnen.

Anderzijds kan getwijfeld worden aan het vermogen (niet louter financieel- budgettair) om complexe maatschappelijke problemen deskundig aan te pakken. Zo heeft de gemeente niet alert gehandeld bij de eerste vaststelling van PFOS -besmetting. Tien jaar geleden werd dit reeds gesignaleerd bij de gemeente door Wendy D’Hollander nav haar doctoraat in de biologie. De gemeente heeft met dit signaal niets gedaan…en dat in een groen-coalitie!

Een smet (geheel op rekening van het Vlaamse Beleidsniveau) op de fusie met Zwijndrecht is wel de tegenstelling tussen de bevolkingsconsultatie ( 80 procent  - bij een opkomst van 40 procent, stemt tegen de fusie) en de uiteindelijke positieve beslissing van de gemeenteraad (tot stand gekomen via een wisselmeerderheid).

Twee democratische procedures (ingesteld bij Vlaams Decreet) leiden hier tot tegengestelde resultaten. Dat moet wel  wantrouwen in de democratische instellingen, wekken.

Dan Kruibeke: na uitgedoofde gesprekken over een mogelijke fusie enige jaren terug, is deze keer het aanbod tot fusie blijkbaar geaccepteerd. Geruchten deden reeds lang de ronde dat bij aanbestedingen er te weinig inschrijvingen waren, wegens wantrouwen in de financiële draagkracht van de gemeente. Mits wat strubbelingen over de naamgeving (hoewel hijzelf de Stuurgroep voorzat), heeft burgemeester Denert de fusie aanvaard.

Toch roert er wat in Rupelmonde.

Hier is de vrees groot dat het dorp zijn identiteit zal verliezen. Er wordt dan ook gewerkt, door een groep dynamische jonge mensen, aan de oprichting van een partij “Ons dorp”.

De bedoeling is vooral via participatiemomenten een moderne invulling te geven aan de dorpsgedachte. Het is dus verre van een kring van romantici die louter folkloristisch geïnspireerd zou zijn.

Op basis van het inventarisatierapport ter voorbereiding van de fusie (zie site Gemeente) kan vastgesteld worden dat Kruibeke de hoogste sociale cohesie heeft (14,9  jeugdverenigingen per 10.000 inwoners ; Beveren 12,18 en Zwijndrecht 12,17. Het gemiddelde in de Vlaamse Gemeenschap is 11,47). Een nog betere indicator van het sociaal kapitaal (of mate van sociale cohesie ) is het totaal aantal socio-culturele verenigingen, per 10.000 inwoners en het percentage van de bevolking dat aangesloten is bij een sociaal-culturele vereniging. Helaas zegt het inventarisatierapport hierover niets.

Besluitend zou men kunnen stellen dat onder de nieuwe deelgemeenten, Zwijndrecht het meest moderne burgerbewegingen telt; terwijl Kruibeke het meest aantal traditionele verenigingen kent. Beide gemeenten kennen dus , vergeleken met  Beveren, een hogere mate van actief burgerschap.

 In Beveren leeft er eerder een passief burgerschap.

De fusieproblematiek leeft hier in het geheel niet. In alle zelfgenoegzaamheid heeft de meerderheid van de bevolking (volgens de consultatie over de naamgeving) geoordeeld dat de nieuwe fusiegemeente de naam Beveren Waas moest dragen, gezien doorwegende historische argumenten. De heerlijkheid “Het land van Beveren” was een gebied dat zich uitstrekte over bijna alle fusiegemeenten. Zo wordt gesteld door de voorstaanders van Beveren Waas.

Zij stellen ook dat de oorspronkelijke gemeente de grootste oppervlakte bestrijkt; het grootste bevolkingstal heeft (50.000 versus 40.000) en Beveren bovendien gekend is all over the world dankzij SK Beveren.

Het voetbal zou de identiteitsbepalende factor zijn van de gemeente. Arm Vlaanderen.

De naam Scheldewaas (aan de bevolking werden slechts twee mogelijkheden voorgelegd: Scheldewaas of Beveren Waas) lijkt hen een kunstmatige constructie gebaseerd op emotie en begrijpelijk chauvinisme.

Wie aansluit bij de grootste entiteit wordt er deel van, zo luidt hun argument.  Je reinste machtsdenken: de domme, brute macht van het getal.

Een rechtvaardiger procedure, die uitgaat van de gelijkwaardigheid van de partners veronderstelt dat in elke deelgemeente, de helft van de respondenten, dezelfde naam aangeeft. Het debat in de gemeenteraad van Beveren (27/2/2014, punt 4) hierover is hallucinant. Hieruit blijkt dat de burgemeester niet al te veel kaas heeft gegeten van institutionele hervormingen op nationaal niveau. Deze problematiek is waarschijnlijk geheel aan hem voorbij gegaan tijdens zijn passage in het Vlaams parlement. Op Belgisch niveau is het immers ook zo dat de staatshervorming met een bijzondere meerderheid (twee derde) wordt goedgekeurd (om een ruim draagvlak te hebben bij alle geledingen van de maatschappij). De bijzondere wetten ter uitvoering van de staatshervorming moeten worden aangenomen met een bijzondere meerderheid  en een meerderheid in elke taalgroep. Ons voorstel beantwoordt volledig aan deze redelijke principes.

Van heemkundigen mag toch een sociaal-cultureel hoogstaander en genuanceerder voorstel worden verwacht.

Volgens deze harde kern van zelfverklaarde heemkundigen  waren de argumenten voor deze naamgeving overduidelijk en hoefde er zelfs geen bevolkingsconsultatie te worden gehouden.

Beveren en zijn scribenten zijn in staat de geschiedenis te herschrijven en van Mercator een Beverenaar te maken. Wie zei ook alweer “De geschiedenis is de leugen van de overwinnaar?”

De bevolkingsconsultatie resulteerde in een meerderheid voor  Beveren Waas.

De “hoofden” van Beveren en Kruibeke hebben echter hun hand overspeeld.

Op het  drie-gemeentepunt, staan zij prompt en fier te wezen voor de verenigde pers met het plakkaat: Beveren(d)Waas.

Helaas, de burgerhoofden hadden zich niet gerealiseerd dat de naamgeving ook nog door de drie respectievelijke gemeenteraden moest worden goedgekeurd. Zo vlug wordt door deze mensen – vol als ze zijn van zichzelf-  het prerogatief van het hoogste gemeentelijk wetgevend orgaan, veronachtzaamd.

De daarop volgende gemeenteraadszitting van Zwijndrecht werd de naam niet aangenomen. Terug naar af! De gemeenteraden van Beveren en Kruibeke hebben de naamgeving enkel nog besproken. Beschamend theater. De fusiegemeente zal dus, tot de geesten gerijpt zijn, de benaming B-K-Z ,  dragen.

 

Alles wel beschouwd

 

De fusies als speeltje van de macht

Het hele fusieproces lijkt wel een duur machtsspelletje of een speeltje te zijn geweest van de minister van binnenlands bestuur, Somers. Die dreigde zelfs met verplichte fusies in de komende legislatuur. Hieruit heeft burgemeester Van de Vijver ook zijn argumentatiekracht geput voor de fusie BKZ.

De minister had nog maar net ontslag genomen, om zich te focussen op zijn geliefde stad Mechelen, of zijn opvolgster Rutten (ook Open VLD) verklaart publiekelijk geen voorstaander te zijn van fusies. Als basisdemocrate is zij gewonnen voor een bestuur zo dicht mogelijk bij de burger!

In geen enkel verkiezingsprogramma voor de komende verkiezingen wordt nog gepleit voor fusies. Coherentie en continuïteit van het beleid heet dat!  De voorbije fusie-oefening was dus blijkbaar maar een lachertje, zoals ook die bevolkingsconsultatie in Zwijndrecht, maar eens om te lachen was. Intussen hebben lokale baronnen toch gebruik kunnen maken van deze wettelijke opportuniteit (a window of opportunity) om hun macht uit te breiden.

 

Mag de fusie dan toch een naam hebben?

Rond de naamgeving is er zoals eerder gezegd, heel wat te doen geweest.

Een overzicht van alle suggesties  en pogingen is nergens publiek gemaakt: het ging van Beverdrecht, Scheldedrecht, Scheldeland tot Zeveraar (er is toch ook een Zevergem).

Alle mogelijke acroniemen van de oorspronkelijke gemeenten resulteerden in Russisch klinkende namen. Lang genoeg gespeeld. De Stuurgroep (februari 2024) heeft de keuzemogelijkheden voor de bevolkingsconsultatie (na advies van de Hertogelijke Heemkundige kring van Beveren - waar is het advies van de heemkundige kringen van Kruibeke en Zwijndrecht?),  beperkt tot Scheldewaas of Beveren Waas.

De essentie van democratie is toch dat de keuzemogelijkheden verruimd worden ipv ingeperkt.

De resultaten zijn gekend. In Zwijndrecht heeft zelfs de NVA (pro fusie) tegen de naamgeving gestemd.

In de logica van de burgemeester (cfr. Debat in Gemeenteraad Beveren, 27/2/2024) is dit dan ook ondemocratisch, want een minderheid heeft de rest van de deelgemeenten geblokkeerd.

Beide voorgelegde benamingen refereren  aan politiek-administratieve structuren uit het verleden.

Argument daarbij is dat het Middeleeuwse Land van Beveren – onder het vermeende roemrijke gezag van de heren van Beveren- zich uitstrekte over een gebied dat veel ruimer was dan de huidige fusiegemeente Beveren. Het ging hier dan wel enkel om “enclaves” verspreid over Vlaanderen, die geografisch geen eenheid vormden.

Het argument van de heemkundigen (en leden van de Stuurgroep, en mogelijks ook ethymologen) lijkt nogal sterk vertekend door een subjectieve en chauvinistische  visie op de Beverse geschiedenis.

 

Vooreerst: Melsele, Zwijndrecht, Burcht, Kruibeke, Bazel, Rupelmonde, Haasdonk en Vrasene, behoorden in het herfsttij der Middeleeuwen niet tot het land van Beveren. Zij vormden autonome keurdorpen met een eigen bestuurlijk apparaat, rechtstreeks ressorterend onder de Keure van het Land van Waas en derhalve onder de graaf van Vlaanderen. Alleen Beveren, Kieldrecht, Verrebroek en Kallo behoorden tot het Land van Beveren.

(Zie de relevante publicaties hierover van Poschet in Het land van Beveren, Heemkundig tijdschrift , nr. 32, 2020 en recentere uitgaven); Verwerft, in het Land van Beveren, 2018, Lannoo); Verelst, Politiek institutionele geschiedenis, Geschiedenis van volk en land van Beveren, 1984).

Bron: Poschet, K., Het Land van Beveren, nr. 32, 2020, p. 71

 

Bovendien is er steeds een bevoegdheidsconflict geweest tussen de heren van Beveren en het Land van Waas. Het Land van Beveren behoorde bestuurlijk niet onder het Land van Waas. De combinatie Beveren met Waas is dus een historische anomalie. Overigens wordt “Beveren-Waas” in de praktijk gebruikt om het oude (voor de fusie 1976) en kleine Beveren aan te duiden.

 

Een naam voor de toekomst, niet uit het verleden

Meer ten gronde is het evenwel principieel problematisch dat men bij naamgevingen steeds blijft verwijzen naar het verleden. Historische argumenten zijn blijkbaar de enig geldige, terwijl dat verheerlijkte verleden beheerst is door onrechtvaardige machtsstructuren, machtsconflicten, gebiedshonger, politiek opportunisme, nepotisme, onrechtmatige toe-eigening van fiscale rechten, omkoperij, afkoperij, moorden, branden, kuiperijen, koehandel, en… familieruzies. Dergelijke bestuursstijl kan dus geenszins de inspiratiebron vormen voor de benaming van een modern fusieproject, dat vooral geleid moet worden door principes als democratie, degelijk bestuur, deskundigheid en regionale rechtvaardigheid inzake uitgaven en investeringen.

Refereren aan het verleden komt neer op het legitimeren van machtsmisbruik, politieke wantoestanden en het idealiseren van het verleden.

Mag het fusieproject dan ook een naam dragen die de ambities van een moderne, industriële samenleving (een industrie- en havengebied met omringende woonkernen), vertolkt? Maar belangrijker is nog dat deze naam staat voor een bestuursstructuur die de uitdagingen en problemen van deze regio slagvaardig aanpakt, waarbij de feodaliteit en folklore worden overstegen. 

Of blijft dit project dan toch steken in het ancien régime, waarvan de bestuurders de rechtstreekse erfgenamen denken te zijn van de heren van Beveren?  

 

Laten we dus niet naar het verleden kijken als ideaalbeeld.

Bekijk het eens vanuit de kosmos, vanuit de satellieten.

Volg het punt waarop de Rupel in de Schelde mondt.

Het hele stroomgebied van de Schelde ontvouwt zich voor je ogen: de dorpen; de velden; de industrietorens als kathedralen van deze tijd.

Zo glijdt de Schelde naar de zee: dit land, dat moet wel Scheldemonde zijn!

Je zou bijna beginnen zingen: “Waar Maas en Schelde vloeien, waar vrede en kunsten bloeien…”

Tegen Amerikanen zeggen we dat we van de Golden Delta zijn,

vanuit de lucht bekeken de Schelde - Rijn Delta; niet dat we van Beveren zijn.

Daar ligt onze identiteit.

Fusie Beveren - Kruibeke -Zwijndrecht: suggestie 'Scheldemonde'

Bron: Google Earth

 

Groter worden om klein te blijven

Met deze leuze wordt een grootschalige fusie aangedreven. Hoofdmotief is het beleid te rationaliseren, complexe maatschappelijke uitdagingen aan te pakken en de dienstverlening te verbeteren.

Maar dit is wel een zeer eenzijdige visie op gemeentebeleid. De burger is niet alleen  consument van diensten (in dit verband is  de ”dienstenmarkt”  in het nieuwe gemeentehuis van Beveren, een misplaatste benaming). Burgerschap, dat is vooral bijdragen (sociaal-cultureel en economisch) tot de uitbouw van een lokale gemeenschap (niet vanuit een villa elders in de bossen van Vlaanderen). De echte ereburgers dat zijn de vele vrijwilligers die zich jaren inzetten in het verenigings-en sportleven.

 

Eerst vergroten en centraliseren om voldoende middelen te hebben en vervolgens te decentraliseren: het is een paradox.

Een centralisatie brengt het probleem mee van “vervreemding” en verlies van nabijheid.

Van Rupelmonde  tot Doel, dat moet zowat 30 km zijn. Fysiek en psychologisch is deze afstand moeilijk te overbruggen. Goed dat de burgemeester zich al een fiets heeft aangeschaft, zo blijft beleid van onder de kerktoren alsnog haalbaar.

In een democratie worden burgers zo nauw mogelijk betrokken bij het bestuur, niet louter via een top down inspraak maar door actieve participatie.

Burgers moeten zich kunnen herkennen in hun omgeving! Grootschaligheid is daarmee niet verenigbaar.

Realistisch gezien moeten beide dimensies echter verzoend worden.

Mogelijkheid hiertoe is de verkiezing van lokale dorpsraden (in de 13 dorpen) die elk over een eigen budget kunnen beschikken om de directe omgeving (buurten) verder uit te bouwen als herkennings-en belevingspunten. Voorbeeld hiervoor is Antwerpen, waar de districten over een eigen budget beschikken om buurten te verbeteren. Wettelijk zal hiertoe nog één en ander moeten gebeuren. Spijtig dat we geen lokale lobbyist meer hebben in het Vlaams parlement.

 

Fusies op maat van de politieke carrière

 

Elke fusie wordt beheerst door de discussie over financiële middelen en streven naar macht.

Het is toch niet zo vanzelfsprekend dat, zoals ingevolge de gemeentefusie van 1976, de ruime opbrengst van de industrie op de Linkeroever, naar Beveren gaat.

Andere gemeenten, die niet binnen die actieradius van de industrie liggen, zijn benadeeld (denk aan Kruibeke), hoewel zij ook de eventuele grensoverschrijdende risico’s dragen. 

Eigenlijk gaat het bij elke fusie om de creatie van baronieën: pogen om de inkomsten van economische activiteiten, die een hele regio ten goede komen zoveel mogelijk collectief  toe te eigenen. In andere landen heeft een haven en het industrieel hinterland vaak een nationaal statuut (zo ook de Luchthaven van Zaventem).

In feite gaat het hier toch om een onrechtvaardige welvaartsverdeling.  Een Beverse schepen zei ooit, nav een nogal lichtzinnige investering: “Wat moeten we anders met ons geld doen?” Het is niet door een goed en zorgvuldig beleid dat Beveren een comfortabele financiële toestand kent, het is vooral de toevallig gunstige ligging van Beveren aan de Schelde-delta.

Zij die delen in de lasten moeten ook kunnen delen in de lusten. De lasten van een industriële groeipool van internationale schaal zijn niet hetzelfde als deze van een lokale ambachtelijke zone.

De fusie van 1976 was uiteraard ook op maat gesneden van de politieke carrières en ambities van politici en gewenste politieke meerderheden.

Dat is nu niet anders.

 Illustratief hier is toch ook de machtshonger van Antwerpen. N.a.v. het advies van de provincie Antwerpen, bij de behandeling van het fusiedecreet BKZ, werd door een NVA gedeputeerde gepleit voor de inlijving van de nieuwe fusiegemeente bij de provincie Antwerpen omwille van de efficiëntie van het havenbeleid. (advies dat nodig was omdat Zwijndrecht tot dusver tot de Provincie Antwerpen behoorde).

Ergerlijk toch hoe de NVA, als het aankomt op geld, plots haar “identiteitsdoctrine” van de lokale gemeenschappen verkracht.

In zijn gulzige poging Zwijndrecht mee binnen te brengen in de fusie, heeft Van de Vijver dus bijna het paard van Troje binnengehaald.

Gehecht als hij is aan democratische procedures die aan de grondslag lagen van de nieuwe fusie (dit tedere democratische weefsel) heeft hij de hogere overheden gemobiliseerd, er op wijzende dat democratische principes moeten gerespecteerd worden en  niet mogen doorkruist worden door Antwerpse belangen. De Vlaamse Regering heeft de democratische wens van de deelgemeenten om bij de Provincie Oost-Vlaanderen te horen, ingewilligd en heeft uiteindelijk beschikt. Zwijndrecht komt terug naar Oost-Vlaanderen waar de zielen, sinds 1923 bij een eerste gebiedsuitbreiding van de Provincie Antwerpen achtergebleven waren ( Zwijndrecht bleef kerkelijk tot het bisdom Gent behoren) en de polder die blijft ook van ons!

Naar aanloop van de fusies van 1976 zou Antwerpen ook gelobbyd hebben om de poldergemeenten te fuseren, omwille van een rationeel havenbeleid.

De grondige geschiedenis en de machtsanalyse omtrent deze fusies moet nog geschreven worden.

 

Beveren Verbindt

Hopelijk geen loze slogan!

 

De fusie met de nieuwe deelgemeenten zal maar echt aanvaardbaar zijn bij de bevolking indien er werk wordt gemaakt van veilige en belevingsvriendelijke verbindingswegen.

De twee grote verbindingsassen (Kruibekesteenweg en Militaire route) met Beveren zijn op dit ogenblik levensgevaarlijk  voor het zachte verkeer. Recente ongelukken hebben dit nog maar eens aangetoond. Fietspaden van een halve meter breedte zijn werkelijkheid. 

Met de schuldverlichting van 50 miljoen euro zal er hopelijk  budgettaire ademruimte komen om mensvriendelijke verbindingswegen aan te leggen.

De Gemeenteraad van Beveren van 26/3/2024 heeft de lijst van de over te dragen schulden, naar de Vlaamse Gemeenschap, goedgekeurd. De nieuw fusiegemeente heeft recht op 42.877.000 euro (op basis van bevolkingstal op 1:1:2022): 28 miljoen euro van Beveren; 13 miljoen van Kruibeke en 1 miljoen van Zwijndrecht.

HDH, 6/5/2024