Nabeschouwingen bij de voorbije gemeenteraadsverkiezingen
Het Scheldeland BKZ is al enige tijd geheeld van de koortsige verkiezingsperiode in oktober laatstleden.
Na 14 dagen was er een bestuursakkoord (ttz. De posten werden verdeeld) tussen Wij – Samen sterk en NVA, maar wel zonder een inhoudelijk akkoord.
Dat is wettelijk ook niet nodig. De winnende partijen weten zelf wel wat zij willen!
Hier in BKZ verloopt alles in peis en vree.
Iedereen is content, zo is gebleken uit de verkiezingsresultaten. Alles blijft zoals het is.
Gemeentelijke democratie vergt echter ook waakzaamheid.
Hieronder volgen dan ook een aantal beschouwingen.
De afwezige burger
Opkomst per deelgemeente
De hoogste daad van burgerschap is, ter gelegenheid van democratische verkiezingen , je stem uitbrengen.
Het is een kwestie van betrokkenheid bij ons gemeenschappelijk belang: de gemeente.
Dit is het laagste bestuursniveau. Bovendien gaat het hier om ons geld! De interesse zou dus heel groot moeten zijn.
Er geldt trouwens een Europees democratisch beginsel: subsidiariteit.
Het betekent dat politieke beslissingen op het laagst mogelijke niveau – zo dicht mogelijk bij de burger - moeten worden genomen,
zodat de burger daar zicht op heeft en zelf mee kan beslissen.
In de echte wereld is het allemaal minder hoogdravend.
Bij de recente gemeenteraadsverkiezingen in Vlaanderen was er een opkomst van gemiddeld 63,6 %.
Voor de eerste keer was de opkomst vrij. Sommigen vinden dat vrije opkomst een wezenlijk element is van democratie.
Aan de partijen de burger te sensibiliseren om deel te nemen aan de verkiezingen!
Het lage opkomstcijfer in Vlaanderen zegt toch wel veel over de maatschappelijke betrokkenheid.
Er werd een opkomst verwacht tussen de 70-80%.
Uit achteraf-enquêtes (zie De Morgen en De Standaard van 2/12/2024) blijkt dat het deze keer vooral vrouwen en jongeren waren die weggebleven zijn.
Normaal zijn vrouwen gedweeër in het opvolgen van bevelen. Deze keer, wanneer zij de vrije keuze hebben dus niet.
Misschien herkennen zij zich niet in de vrouwelijke kandidaten, hoewel de gelijke vertegenwoordiging vrouw/man op de lijsten, een wettelijke verworvenheid is.
Bij verplichte verkiezingen eerder (juni 2024), waren vooral mannen de spijbelaars.
In BKZ lag het opkomstcijfer nog lager dan het gemiddelde op Vlaams niveau (ongeveer 60 %).
De onverteerde fusie in Zwijndrecht en Kruibeke is daarbij zeker één van de hoofdoorzaken.
Maar hoe is de situatie in de deelgemeenten of beter: in de dorpen?
De fijnmazige kiesresultaten vrijgegeven (voor de eerste keer) door de Vlaamse overheid, vermelden de kiesresultaten per telbureau (3 stembureas samengevoegd) .
De opkomstpercentages op het niveau van deze zones (die geografisch herkenbaar zouden moeten zijn) worden echter niet vermeld.
Op onze vraag naar de concrete afbakening van deze geografische zones heeft de gemeente nog altijd niet geantwoord.
We hebben daarom zelf een raming gemaakt op het niveau van de deelgemeenten. Geweten is namelijk wel dat op de totale bevolking, ongeveer 75 % kiesgerechtigd is.
Dit percentage werd toegepast op het bevolkingsaantal van elke deelgemeente. Van elke deelgemeente is het aantal effectief uitgebrachte stemmen gekend.
Dat laat ons vervolgens toe de opkomst per deelgemeente te ramen.
In onderstaande grafiek worden deze cijfers gevisualiseerd. (zie Basistabel 1 bij Het politieke naspel, in Naslagwerken)

Uitschieter is Melsele: hier was er een opkomst van ongeveer 70 %. 10 % hoger dus dan in geheel BKZ. De prijs van het burgerschap gaat dus ondubbelzinnig naar Melsele.
Het cijfer zegt ongetwijfeld iets over de sociologische samenstelling van de Melseelse populatie. Het is toch niet zo dat er in Melsele een sterker democratische geest heerst dan elders.
Haasdonk kent ook een hoog opkomstpercentage (67,49 %), dat verklaard wordt doordat het de thuisbasis is van de uittredende burgemeester Van de Vijver.
Vertrekkend vanuit deze positie zou men evenwel een veel hogere opkomst kunnen verwachten. 33 % van de burgers heeft hij er niet kunnen mobiliseren en laat het afweten.
Rupelmonde en Bazel hebben elk een score van rond de 64 %. Beter in elk geval dan de globale BKZ score.
Beveren zelf haalt slechts 60 %. Mogelijks is dat de opstekende stedelijkheid.
Andere deelgemeenten halen tussen de 50- 55 % en dit om uiteenlopende redenen.
De lage score in Zwijndrecht en Burcht heeft zeker te maken met het fusie-ongenoegen, hoewel in Rupelmonde (ook een dorp dat de fusie ondergaat) het opkomstcijfer 10 % hoger ligt.
Ook zou men eenzelfde opkomst verwachten in Kruibeke en Bazel. Deze verschillen echter 10 %.
De realiteit in Kallo, Kieldrecht, Kruibeke en Vrasene is totaal verschillend van deze gefuseerde dorpen. Onderling verschillen deze dorpen sociologisch eveneens heel veel van mekaar.
Alles wijst op een duidelijk verschillend sociologisch profiel van de bewoners alle dorpen van BKZ. Dat verdient nader uitgeklaard te worden.
In elk geval kondigen deze heterogene cijfers aan hoe moeilijk het zal zijn om een gepast dorpenbeleid te voeren, rekening houdend met de specifieke sociale problematiek van elk dorp.
De electorale reikwijdte
Hoe ver slaagt een politicus erin binnen te dringen in de leefwereld van mensen?
Om in alle objectiviteit de reikwijdte van een politicus te meten, berekent men het aantal voorkeurstemmen (naamstemmen) t.o.v. het totaal aantal kiesgerechtigde stemmers (en niet het aantal uitgebrachte stemmen, want dit verfraait natuurlijk het resultaat).
Ook zij die niet komen opdagen vormen het potentiële kiespubliek, dat men, ondanks een relatief sterke penetratiegraad, toch niet heeft weten te bereiken en te overtuigen.
Wij bespreken hier de penetratiegraad van de effectief gekozen gemeenteraadsleden.
Hoe macho-achtig dit concept ook moge klinken, in werkelijkheid nopen deze vaststellingen tot bescheidenheid en wordt die zogenaamde populariteit tot de werkelijke proporties herleid.
In Tabel 2 bij Het politieke naspel (zie Naslagwerken) wordt de reikwijdte van de 43 verkozenen weergegeven.
Eén uitschieter daarbij: Van de Vijver. Hij haalt met 6667 voorkeurstemmen een penetratiegraad van 10,25 % (men durft daar nauwelijks een tekening bij maken).
De tien volgende verkozenen (met een stemmenaantal tussen 1302-2352) hebben een penetratiegraad van 2-4 %.
Met een stemmenaantal van 699-1222 bereikt men een penetratiegraad van 1-<2%.
De overige verkozenen (650-324 stemmen) moeten het stellen met een penetratiegraad van 0,49-<1%.
In absolute termen klinkt het aantal voorkeurstemmen nog behoorlijk indrukwekkend. Hoewel dit niet noodzakelijk exclusieve stemmen zijn: op een lijst kan men op meerdere personen stemmen (de stemmen kunnen mekaar overlappen). Voor de partij of de lijst geldt dit slechts als één stem. Naamstemmen kunnen kunstmatig worden opgepimpt door in blok op bvb alle kandidaten van dezelfde familie te stemmen, of op alle kandidaten van dezelfde stand of deelgemeente te stemmen). Naamstemmen zijn dus zeer betrekkelijk.
Wanneer de “statistieken” terug naar de menselijke schaal worden gebracht, wordt de “populariteit” van de verkozenen nog betrekkelijker.
Ter illustratie hier enkel het resultaat van Van de Vijver met een penetratiegraad van 10,25%.
Op menselijke schaal betekent dit, dat men in een gezelschap van 10 personen (een familie, een clan, een vereniging,…) slechts 1 op de 10 personen heeft weten te overtuigen.
Bij 6667 stemmen (het hoogste stemmenaantal ooit in de Beverse politieke geschiedenis) zou men al vlug denken een halfgod te zijn (ook al zijn alle voornamen van de burgers in zijn handpalm gegrift).
Maar in een stad als Kortrijk (80.000 inwoners, waarmee BKZ zich nu mag vergelijken) haalt de kandidaat burgemeester (een vrouw bovendien) meer dan 9000 stemmen.
Er is dus nog bijlange niet genoeg “volks” beleid gevoerd om dit cijfer te evenaren.
De impact van de lijst Wij - Samen sterk
De nieuwe regeling van het Vlaams Gewest, waarbij de stemmenkampioen van de grootste lijst in de coalitie, burgemeester wordt, heeft in Vlaanderen geleid tot de “vorming” (Van de Vijver spreekt in één van zijn onbetekenende video clips op facebook - gezeten voor zijn kasteel - van een door hem “opgerichte lijst”) van kartellijsten, met de ambitie om toch maar de grootste te zijn.
Zo ook in BKZ. Van de Vijver heeft hiertoe de armlastige VLD weten te overhalen om een dergelijke ideologieloze (of inhoudsloze) lijst te vormen. Hierdoor verwatert het gezicht zowel van CD&V als van Open VLD, die nochtans hard op zoek zijn naar hun eigen identiteit.
De VLD is sinds jaar en dag een Spaanse herberg met personeelsverloop over de legislaturen heen en tijdens de legislatuur zelf.
Telkenmale vervalt deze partij in chaos, broedertwisten,…Hier is de verleiding voor nieuwlichters dus groot om een greep naar de macht te pogen.
Ten koste van trouwe en degelijke beloftevolle mensen in de CD&V werden op de lijst Wij-Samen sterk (alsof gemeentelijke verkiezingen een competitiespelletje zijn en er sowieso een verliezer moet zijn; (waarom niet Wij-Samen groot of Wij-samen zorgen;…, dan bleef er toch nog iets over van de CD&V doctrine) een negental liberale kandidaten ( op een lijst van 43 kandidaten) aangevoerd.
Over heel deze opzet is er weinig transparantie en dat is toch wat democratie veronderstelt!
Wij moeten dus enigszins speculeren over hoe deze “strijdcolonne” is “opgericht”, buiten de klassiek democratische (volgens Van de Vijver, particratische) partijstructuren om.
De moderne “burgerdemocraten”, in hun hang naar openheid, mogen het eens komen vertellen hoe deze lijst tot stand gekomen is.
In elk geval: de liberalen die in 2018 ongeveer 4,5 % (2447 stemmen op een totaal van 57.6641 kiezers) voorstelden (Beveren en Kruibeke samen, in Zwijndrecht kwam er geen VLD op) kregen nu 9 plaatsen op de lijst Wij, toegewezen. Ook hier, in deze deellijst valt een “familiebedrijf” in het oog (moeder en zoon Roosens - Van Wauwe). Het illustreert de rijkdom en diversiteit van de liberale stroming in BKZ.
Wat is nu de inbreng geweest van de VLD in dit democratisch experiment?
Er zijn twee hypothesen:
- De maximale hypothese
9 plaatsen (vermoedelijk, want het politieke DNA van deze kandidaten is stiekem achterwege gelaten) op 43 is 20,9% (of 1/5). Het aandeel van de stemmen is dan 11.976/5= 2395 stemmen. Dit stemcijfer benadert de uitslag van 2018. VLD behaalde toen 2447 stemmen (B+K). Dit zou echter betekenen dat alle kandidaten op de Wij-lijst gemiddeld hetzelfde aantal stemmen kregen. Dat is weinig plausibel. In werkelijkheid kregen de VLD kandidaten gemiddeld 459 “naamstemmen” (op 3958/9 naamstemmen van de VLD- kandidaten).
De 34 oorspronkelijke CD&V kandidaten daarentegen kregen gemiddeld 853 naamstemmen (29.008/34).
- De realistische hypothese
Een meer realistische schatting lijkt de verhouding te zijn van de naamstemmen of voorkeurstemmen. De VLD behaalde 3958 voorkeurstemmen, de Wij-lijst in totaal 32966 stemmen. De verhouding is: 32.966/3950= 12%
Het aandeel van de VLD in de Wij-lijst kan derhalve geraamd worden op 11.976 x12%= 1.436 stemmen.
In deze hypothese houdt de CD&V dus 10.539 stemmen (of 27,76% op de 38120 uitgebrachte stemmen).
De NVA haalde als tweede grootste partij 23 %.
Besluit:
De autocratische machtsingreep van Van de Vijver is niet nodig en ongepast gebleken.
Bovendien was het percentage waarschijnlijk hoger wanneer de CD&V onder eigen naam en met eigen mensen was opgekomen.
De CD&V komt er in dit experiment bekaaid van af. Beloftevolle mensen hebben het schip verlaten. Had men deze mensen aan boord kunnen houden; dan had men wellicht minstens hetzelfde resultaat behaald. Als twee echte CD&V kandidaten elk nog maar 600 extra stemmen opgeleverd hadden (en dat potentieel was er zeker), dan was het feitelijke resultaat van Wij reeds overtroffen. Bovendien is het strategisch onverstandig om drie mensen uit dezelfde familie op de lijst te zetten: die roeren toch allemaal in dezelfde pot. De CD&V beschikt over voldoende potentieel om diversiteit te garanderen en ook alternatieve electorale reserves of aders aan te boren.
Het hele maneuver is alleen de VLD ten goede gekomen. Zij halen één zetel binnen en krijgen er waarschijnlijk nog een zetel bij door opvolging van de burgemeesterszoon (wegens niet zittingsgerechtigd). De eerste opvolger blijkt de telg te zijn van het politiek familiebedrijf Roosens: een liberaal pur et dur! Uit simulaties met de bovenvermelde geraamde cijfers, zou de VLD geen enkele zetel behaald hebben. (Zie Tabel 3 bij het Politieke naspel, in: Naslagwerken)
Graag vernamen wij meer nieuws over de interne samenhang van de CD&V ingevolge deze autocratische ingreep.
Door deze strategische miskleun moet een teloorgang van de CD&V worden gevreesd.
En dat allemaal ingevolge de zelfgenoegzame ingreep van een man die heel zijn carrière heeft gebouwd op de partijstructuren van de CD&V.
Wat zou burgemeester Van der Aa (grondlegger van de interne partijdemocratie van de CD&V n.a.v. de gemeentefusie in 1976, als alternatief voor de soms chaotische persoonsgebonden lijsten die de dorpspolitiek voorheen kenmerkten) daarover denken?
Mensen achter de cijfers
De verkiezingsresultaten werken enigszins ontmenselijkend. Verkiezingen zijn uiteraard een koele, harde cijfermatige bedoening.
Een stem in meer of in min kan het verschil maken, zowel voor de kandidaat en misschien ook voor de gemeente (die onze wereld is).
De fusie BKZ heeft een nieuwe politieke werkelijkheid geschapen, met zoveel nieuw volk dat zich aandient en waarvan wij de sociaal-politieke achtergrond nauwelijks kennen.
Wij zijn zeer geïnteresseerd in hen (wij wellicht meer dan zij in ons).
Wie zijn zij, wat doen zij, wat drijft hen?
De verkiezingsfolders geven op deze existentiële vragen slechts een summier, onvolledig en vertekend antwoord.
Hun voluntarisme zal straks moeten blijken uit hun activiteiten de komende 6 jaren, als gemeenteraadslid, schepen of burgemeester.
Hier willen we alleen de aandacht vestigen op de menselijke dimensie van de twee meest markante figuren van de verkiezingen, de lijsttrekkers van de winnende lijsten: Wij-Samen sterk en NVA: Marc Van de Vijver en Inge Brocken.
Marc Van de Vijver komt uit de strijd als de grote overwinnaar.
Hij gaat dus een vierde legislatuur in als burgemeester. Nochtans zijn er heel wat politieke wijzen die stellen dat een regelmatige wisseling van de macht, noodzakelijk is voor een gezonde democratie (o.m. de debatten met Vlaamse politieke topvrouwen in het VRT programma Hertoginnedal).
Zijn kiezers zullen hem bestempelen als “volks”, met “luisterend oor” en een grote dossierkennis.
Het is schier onmogelijk om uit een cafédiscussie met tien mensen een duidelijke lijn te trekken. Minstens vijf verschillende meningen zullen over en door mekaar rollen en bollen.
Hieruit beleidskeuzen distilleren, vergt bijna een algoritmisch systeem. Van de Vijver kan dat!
Dat meer dan 6000 kiezers hun vertrouwen schenken aan Van de Vijver is voer voor sociaal psychologen.
Voor deze trouwe aanhangers maakt het niet uit of de Voorzitter van het politiecollege (en handhaver van het politiereglement) de normen inzake alcoholverbruik aan de laars lapt.
Zij beschouwen het daarentegen als een daad van goed burgerschap, wanneer men zich zelf gaat aangeven bij de politie.
Zijn dit stemmen uit gewoonte of uit onverschilligheid? In gelijkaardige omstandigheden treedt een minister af.
Journalisten hebben de dag na de verkiezingen opgemerkt dat de zittende burgemeesters zich, in het algemeen in Vlaanderen, hebben gehandhaafd en dat dit te verklaren is door het goede beleid dat gevoerd werd en de tevredenheid daarover bij de burgers.
In Beveren ook: de mensen zijn content, alles is er!
Daarover moeten we het later toch nog eens hebben.
In weerwil van de achterbakse roddel die wordt gespuid heeft hij ook geen probleem om zijn schoonzoon terug voor te dragen als schepen. Nooit beschaamd.
Als dat maar geen kroniek wordt van een aangekondigd Grieks familiedrama.
In goede Trumpiaanse stijl wordt het politiek familiebedrijf dus opnieuw ingeschakeld, uit zin voor maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Ofschoon men formeel de regeling op de onverenigbaarheden in de gemeenteraad (gestipuleerd in het Decreet op het openbaar bestuur) kan omzeilen, druist deze handelswijze wel degelijk in tegen de “geest” van de regelgeving.
Waar is de trots van den “boerenstand heen”, die altijd de hoeder is geweest van de christelijke waarden?
Uit de reconstructie van het politieke traject van Van de Vijver, moet wel duidelijk worden dat het hier gaat om een met charisma begiftigd persoon.
Hij zal in de Canon van Vlaanderen vermeld worden als de man die de “hereniging van het historische en roemrijke Land van Beveren” heeft tot stand gebracht. Niet zomaar een fusie: de grootste gemeente in Vlaanderen na Antwerpen (ook al is dit een verkrachting van de geschiedschrijving. Zie de publicaties van de Hertogelijke Heemkundige Kring van het Land van Beveren, reeds eerder vermeld in deze blog).
Zijn beeltenis mag naast Mercator staan.
Hij is ook een Renaissancemens. De bevoegdheden die hij zichzelf heeft toegemeten zijn enkel te befosteren door een echte Homo universalis (algemene coördinatie en leiding van de fusiegemeente BKZ (transitiemanager dus), daarnaast: Veiligheidsbeleid; Volksgezondheid; Rampen-en Interventiebeleid; Buitenlandse contacten; Kerkfabrieken; Communicatie-en informatiebeleid; Opvolging van de fusie en de fusiefinanciën; Land- en tuinbouw en Patrimonium.
Inge Brocken, de kandidaat burgemeesteres voor de NVA-lijst. Zij verdrong Filip kegels, ( de voormalige lijsttrekker in 2018 ) van de lijst om, voor het publiek, ongekende redenen. Hij kwam als kamikazepiloot op met een eigen lijst en had meer dan 1000, helaas verloren stemmen.
Inge is ook enigszins een brokkenpiloot. Zo kwam zij een paar jaar geleden toch in het nieuws omwille van een politiek niet-correcte tweet. Inge is immers zeer actief op de sociale media. Anders besta je politiek gewoonweg niet.
Een vlugge screening van de facebook-activiteiten van de kandidaten ontkracht deze stelling: heel wat hyperactieve mensen op facebook bleken toch niet te zijn verkozen.
Maar Inge facebookt en twittert en dus… bestaat!
In één van haar veel gevolgde berichten had zij de foto van een treinreiziger “geliked” die de Hitlergroet bracht aan Van Ranst (Covid-expert en die dag toevallig ook treinreiziger aan de overkant van het perron).
Deze foto is viraal gegaan en Inge heeft deze op instemmende wijze onthaald en gedeeld. Tweet aan Van Ranst: “Je oogst wat je zaait” (als kritiek op de politieke opvattingen van Van Ranst). Het NVA bestuur nationaal en lokaal was hiermee zeer verveeld. Inge heeft haar excuses aangeboden aan de “stad en de wereld”. Inge was toen wel schepen voor de NVA in Beveren.
De story is ruim in de media gekomen. Zelfs in P-Magazine (aug. 2022), werd kond gedaan (”Deze NVA-madam maakt serieuze nazi-brocken”) van haar esbattementen, al was het niet om haar precieuze waren (Derousseau Grande – “voor vrouwen met een maatje meer” te slijten.
Het mandaat van eerste schepen (dat wordt rustige vastheid Boudewijn Vlegels) gaat aan haar voorbij, maar geen nood: zij is intussen ook Vlaams volksvertegenwoordiger geworden, als opvolgster van de NVA -burgemeester van Sint-Niklaas, die vindt dat een burgemeestersmandaat van een stad als Sint-Niklaas al meer is dan een voltijds mandaat. Zij ziet zichzelf niet als louter lobbyiste voor BKZ, maar wil voluit gaan voor haar parlementair mandaat. Zopas komen wij dan ook te vernemen dat zij haar zaak overlaat aan andere onderneemsters.
Inge krijgt de bevoegdheden die op haar maat zijn geknipt en die dus veel window dressing en idealisme veronderstellen: lokale economie; city marketing; KMO’s; Toerisme en Ontwikkelingssamenwerking.
Haar ontwikkelingstoerisme aan Senegal heeft haar zeer ontroerd en zal voorzeker leiden tot doortastende maatregelen die hun effect zullen sorteren tot in Afrika.
Als flamingante zal zij uiteraard de Vlaamse eigenheid van BKZ waarborgen en uitstralen. Verwacht wordt, logischerwijs, dat zij per Gemeentelijk besluit, de winkeliers zal verplichten een Vlaamse naam aan hun zaak te geven, op gevaar van een GAS-boete.
Naast flamingante is Inge ook rechts en onderneemster, zo zegt ze zelf. “Geen blad voor de mond, maar met onze Vlaamse waarden, direct op de tong”. De ondernemers zijn de kippen die de gouden eieren leggen.
Rechts, maar sociaal bewogen: ze is ondervoorzitster van UNIZO – Provincie Oost -Vlaanderen (weet ze wel dat die organisatie voort komt uit het Christelijk Middenstandsverbond?).
In haar jeugd (die nog niet voorbij is) heeft ze ook deelgenomen aan tal van miss-verkiezingen en heeft ze bijgevolg geen pleinvrees.
Haar lichaamstaal en sensuele lippen hebben ertoe geleid dat 2352 kiezers niet aan haar présence konden weerstaan.
De staat van de gemeentelijke democratie
Het Vlaams decreet “Versterking van de lokale democratie” (16/07/2021) heeft een aantal nieuwigheden ingevoerd met betrekking tot de gemeentelijke verkiezingen (o.m. afschaffing van de opkomstplicht; aanwijzing van de burgemeester;…)
De grote democratiseringsgolf is het niet geworden. Verkiezingen zijn nog meer een populariteitstest, door de stemmenkampioen automatisch tot burgemeester te bombarderen. Burgemeestersverkiezingen dus!
Het ging over personen, maar in het geheel niet over inhoud. Het “democratisch gat” werd alleen nog maar groter. De afschaffing van de opkomstplicht heeft geleid tot het massaal wegblijven van de kiezer (40% in BKZ), zodat de uiteindelijke meerderheid, eigenlijk een minderheid is die in BKZ slechts 45,4 % (Wij en NVA) vertegenwoordigt van de 60 % van de kiezerspopulatie.
Door de nieuwe regeling kwam het erop aan de grootste te zijn. Dit heeft in tal van gemeenten tot kartelvorming aangezet (zo ook in BKZ met de lijst Wij-Samen sterk).
Precies deze kartelvorming heeft geleid tot minder transparantie, want hierdoor verwatert de oorspronkelijke ideologie (het gelaat) van een partij. De kiezer weet niet meer waar deze lijsten precies voor staan.
In 1976, bij de eerste fusiegolf, werd het juist als een democratisch voordeel gezien dat het politieke leven op lokaal vlak politiek werd gestroomlijnd volgens de nationale politieke structuren.
Alles wordt politiek transparanter en bovendien worden er rechtstreekse lijnen gecreëerd tussen de gemeente en de nationale politiek. Dat kan alleen maar in het voordeel zijn van de lokale politici die voor hun gemeente lobbyen op nationaal niveau. Helemaal de winkel van Van de Vijver toen hij Vlaams parlementslid was voor de CD&V.
In BKZ is de coalitievorming vlot verlopen. Binnen de 14 dagen was er een coalitie Wij en NVA. De posten werden probleemloos verdeeld, maar van een degelijk onderhandeld, inhoudelijk bestuursakkoord, zoals dat in gemeenten van de grootte als BKZ het geval is, hebben wij geen weet. Wat zijn de beleidsprioriteiten voor de komende legislatuur? Hier zal dus beleid gevoerd worden zonder beleidsovereenkomst: een beleid à la carte; schieten op alles wat beweegt en wat op het bestuur afkomt; business as usual; dagjespolitiek. Enige sturing is dus geheel afwezig.
Van enige goedkeuring door de respectievelijke partijbesturen is evenmin sprake. Wat als de CD&V vleugel van Wij – Samen sterk zich zou verzetten tegen deze deal? (cfr. Gent).
Alles wordt blijkbaar beslist in beperkte kring.
*
De ontwikkelingen binnen de CD&V zijn in dit verband illustratief.
Aanvankelijk was de gestructureerde partijwerking positief en kon zij de “wilde democratie” temmen, die wispelturig, oncontroleerbaar en te wisselvallig was ( overloperij, koehandel; enzomeer).
In de CVP (later CD&V ) heeft dit evenwel geleid tot een overstructurering, zodat de standen alles voor het zeggen kregen: van lijstsamenstelling tot aanwijzing van schepenen. Puur middeleeuws corporatisme! Nochtans zijn deze mensen niet gemandateerd door de kiezer.
Een ideaaltypische democratie is gebaseerd op het principe dat het alleen de burgers en de door hen verkozenen zijn, die beslissen over de mandaten.
Een uit de hand gelopen particratie, was het gevolg. Deze misgroei, was voor Van de Vijver de aanleiding om buiten de partijstructuren, een alternatieve lijst te vormen samen met kandidaten van de VLD.
Maar deze kritiek op de particratie is vanzelfsprekend weinig geloofwaardig voor iemand wiens politieke carrière tot dan toe, geheel te danken is aan diezelfde particratie.
De CD&V is aldus geëvolueerd van een interne standen-en ledendemocratie, naar een oligarchie (beslissingen door enkelen, de elite)) en uiteindelijk een autocratie van Van de Vijver. Alleszins een tendens die nog minder democratisch is dan een overtrokken particratie.
Maar in andere partijen (die sinds 1976 ook in het algemeen functioneren volgens het model van interne partij -en ledendemocratie) is de besluitvorming evenmin doorzichtig , wel zeer obscuur en soms verdacht. Het is als het ware een “black box”: de zwarte doos die de geheimen over de besluitvorming, de interne machinaties, …zorgvuldig afdekt voor de buitenwereld.
Alleen bij een crash ontploft de zwarte doos en geeft ze haar geheimen prijs.
*
Bij de NVA lijken ook nogal chaotische, anarchistische toestanden te bestaan, waarover in de buitenwereld weinig geweten is. Zo blijft de verwijdering van Kegels, die nog lijsttrekker was in 2018 een raadsel en lijkt het eerder op een sociaal drama.
Hij zou zelf te veel de onenigheden in de partij naar buiten brengen. Hoe kan men verklaren dat Inge Brocken dan plots lijsttrekker wordt? Haar uitlatingen in de sociale media getuigen in elk geval niet van stijl en politieke wijsheid.
En tenslotte is er het vertrek uit de NVA van de lokale voorzitster, uit onvrede over het verloop van de toewijzing van de schepenzetels.
Het moet daar dus wel een leeuwenkuil zijn (en niet het onschuldige spel van welpjes).
*
De verwachte communautaristische basis (gemeenschapsideologie) bij Groen zou maar een laagje vernis zijn en burgerlijke individuele ambities kunnen er sterk de kop opsteken.
Sociale media onthullen een machtsconflict tussen burgemeester André Van de Vijver (Zwijndrecht) en schepen Vervaet.
De eerste zou reeds eerder, nog voor het volle fusiedebat open barstte, een opening gemaakt hebben voor een mogelijke fusie met Beveren, terwijl de laatste daar vierkant tegen was, aangezien hij ambities had om burgemeester van Zwijndrecht te worden.
Uiteindelijk is Groen als partij de voorvechter geworden tegen de fusie. Zoals overal, zowel in de grote als de kleine politiek is het “persoonlijke” verweven met het “ politieke”.
De zgn. ledendemocratie leidt daar soms ook tot pijnlijke individuele gevolgen. Alle partijen dragen in zich veel “har(d)(t)igheid wanneer het erop aankomt de persoonlijke, respectievelijk de politieke belangen (idealen) te behar(t)(d)igen.
*
Open VLD heeft het in onze contreien altijd al moeilijk gehad om wortel te schieten.
Historisch gezien was het christelijk geloof en de daarmee verbonden broederlijkheid en solidariteit hier altijd zo sterk, dat het bergen heeft verzet. Daarom is onze polder ook zo vlak.
Elke poging tot liberale opstoot, wordt al even vlug gevolgd door een interne crisis. Het enorme verloop van de liberale herauten getuigt daarvan.
Mocht op gemeentelijk vlak de kiesdrempel bestaan (van 5%), dan zouden zij die nauwelijks halen.
Gelukkig was er nu die regeling van het Vlaamse gewest (die een politieke vernieuwing beoogt en die NVA en VLD geïnspireerd is) die zowel Van de Vijver (voorheen CD&V) en VLD goed van pas kwam. Voor Van de Vijver is de grootste zijn het enige doel en voor VLD is erbij zijn het hoogste doel.
Hoe in een dergelijke asymmetrische constructie , de interne besluitvorming gebeurt, is ondoorgrondelijk. Wellicht is het de heilige geest die, zoals bij pausverkiezingen, zijn werk doet.
*
Over de interne besluitvorming bij Vooruit weten we bijzonder weinig. De partij slaagt erin om alles binnenshuis te houden.
Hier stellen zich vooral veel vragen. Hoe is bvb. de relatie met PVDA, want het aanzienlijke aantal PVDA stemmen van Zwijndrecht, uitgebracht bij de nationale verkiezingen in Kieskring Antwerpen (juni 2024) zijn nu bij de fusie toch ergens terecht gekomen?
Een jonge aanstormende beloftevolle generatie van rode leeuwen zal hopelijk in de toekomst meer met open kaarten spelen.
In elk geval heeft deze ploeg minder last van arrogantie dan hun Sint Niklase kameraden.
*
Hommeles is er bij het Vlaams Belang ook bij regelmaat. Het is een volstrekt ongeregeld allegaartje: een hybride mengeling van nationalistische, racistische en soms ook wel eens goedbedoelde Vlaamse en humane gevoelens.
Het plotse vertrek van Marijke De Graef, die aangewezen was als lijsttrekster, zegt daarover alles.
Uiteindelijk heeft zij zich bekeerd en ge-out als een volstrekt politieke pluraliste en de ramen van haar appartement aan de Beverse Grote markt, behangen met affiches van alle partijen.
Een gedurfd en moedig gebaar van politieke ruimdenkendheid.
*
Ondanks de verruiming van het politieke speelveld in BKZ, heerst toch een politieke verstarring. Politieke verhoudingen blijven dezelfde. Er is een politiek onevenwicht, ingevolge de dominantie van één lijst (van een partij kan nog nauwelijks gesproken worden). Nochtans is dat de essentie van democratie: “evenwaardige “programma’s moeten kunnen wedijveren met mekaar. Democratie als gestructureerde strijd tussen meningsverschillen om finaal tot een “betere” oplossing te komen.
Op het vlak van de kwaliteit en diversiteit van de politieke kandidaten levert ons politieke polderland (die zo geroemde vruchtbare Scheldeboord) vooralsnog een schrale oogst.
Na een bijna verdubbeling van de bevolking, zou men kunnen veronderstellen dat de vijver, waaruit potentiële kandidaten kunnen worden opgevist, zo groot is dat daarin toch wel enige sterkmakers en inspirerende persoonlijkheden zouden zitten, [(zonder afbreuk te doen aan de degelijkheid (en met alle respect en mededogen) van de kandidaten die gebruikt worden als waterdragers (en vaak meer te bieden hebben dan sommige lijsttrekkers)]. Voorlopig niet dus. Deze schraalheid wordt medebepaald door politieke machinaties, machtsspelletjes, recruteringswijze,….
Democratie leidt soms ook tot nivellering naar beneden toe. Want wie heeft er nu goesting , als beloftevolle, geëngageerde jongere, om zich kandidaat te stellen voor een lijst, als je ziet dat de zoo(n)tjes en de vrienden van de burgemeester sowieso een plaats krijgen op de lijst waardoor hun stemmenaantal kunstmatig wordt opgefokt.(excuseer het f-word)
Bovenlokale politieke ontwikkelingen kunnen echter een dynamiek teweeg brengen. De eerder toevallige mandaten van Vlaams Volksvertegenwoordiger die , ingevolge opvolging zijn toegevallen aan NVA (Inge Brocken) ; CD&V (Lien Van Dooren) en Vooruit (Tina Van Havere) kunnen een interne (binnen de partij) en externe (op gemeentelijkvlak onder alle partijen) machtsverschuiving teweegbrengen, wat het niveau van de lokale politiek en democratie in haar geheel, ten goede kan komen. BKZ zal er wel bij varen: 3 professionele lobby-isten in één gemeente: nog nooit gebeurd! De link met de respectievelijke ministers in de Vlaamse regering is gelegd en verzekerd. Het Vlaamse manna zal over de nieuwe gemeente BKZ nederdalen, als over het beloofde paradijs. Tip voor de nieuwe BKZ-benaming: Walhalla aan de Schelde!
In haar recente beleidsnota, als Vlaams minister van Binnenlands bestuur, kondigt Hilde Crevits aan dat zij de “integriteit en deontologie van lokale besturen bovenaan op de agenda zal zetten.
Daarbij noemt ze de “gemeenteraad versterken” een speerpunt in de strijd tegen lokale belangenvermenging.
De gemeenteraad moet zijn cruciale, “controlerende rol” beter kunnen vervullen. Dat betekent onder meer dat het schepencollege in de toekomst meer beslissingen zal moeten voorleggen aan de gemeenteraad.
Dat was nu niet het geval voor aangelegenheden die onder zgn. “dagelijks bestuur” vielen.
Crevits wil het statuut van de gemeenteraadsleden aantrekkelijker maken. Veel mandatarissen hebben weinig tijd en weinig ondersteuning om hun mandaat uit te oefenen (zoals wij zelf eerder opmerkten: gemeenteraadsleden zijn geen renteniers!). Zo denkt ze o.m. aan gerichte opleidingen voor gemeenteraadsleden, hogere vergoedingen, e.d. (Zie De Standaard 27/11/2024: Hogere vergoedingen in strijd tegen belangenvermenging).
De Standaard herinnert ook aan de verplichting (sinds 2007) om een deontologische commissie op te richten per gemeente. Die commissies zouden niet goed werken.
Crevits wil strenger toezien op deze commissies ter preventie van belangenvermenging. Onberispelijke deontologie en ethiek zijn essentieel voor het geloof en vertrouwen in de politiek.
.
Hierbij aansluitend willen we onmiddellijk een aantal voorstellen formuleren.
Om de gemeenteraad te versterken is het in de eerste plaats nodig deze onafhankelijker te maken van het College van Burgemeester en Schepenen. Een logische doortrekking van het principe van de scheiding der machten (wetgevende en uitvoerende, basisprincipe van democratie).
Een aanzet daartoe is gegeven door het invoeren van de functie van Voorzitter van de gemeenteraad.
Tot in de jaren tachtig werd het hoogst normaal gevonden dat de Burgemeester (uitvoerende macht) de gemeenteraad voorzat. Het is daarentegen de gemeenteraad die de agenda moet bepalen en sturen.
Raadsleden die aangewezen worden als schepen, behoren tot de uitvoerende macht. In de gemeenteraad moeten zij dus logischerwijs vervangen worden door plaatsvervangers (zoals dat ook met de regering gebeurt).
De gemeentelijke administratie zou een onafhankelijke adviserende cel moeten hebben die de raadsleden ondersteunt bij hun inzage -en controlerecht. De deontologische commissie zou hierdoor ook kunnen ondersteund worden.
Op dorpsniveau zouden er raden moeten worden gekozen, die speciaal oog hebben voor de dorpsproblematiek.
De gemeenten fusioneren wel, maar de beslissingsstructuren zijn onaangepast en kopieën van vroegere kleine gemeenten.
Om te besluiten: er is nog veel werk op de plank ter versterking van de gemeentelijke democratie.
Democratie blijft een werkwoord. Het is een kwetsbaar goed en dus vaak weerloos.
Deze zwakheid wordt precies uitgebuit door nieuwlichters, opportunisten en populisten.
Wij moeten waakzaam zijn!
HDH, 19/12/2024
Reactie plaatsen
Reacties